Sancties varia Q4 2022

14 nov 2022
Thom Dieben, Jurjan Geertsma

Ook in het derde kwartaal van 2022 bleven de EU sancties naar aanleiding van de Russische agressie in Oekraïne onverminderd de gemoederen bezig houden.

Voor wat betreft nieuwe sanctiepakketten werd dit kwartaal wel duidelijk dat de vaart er enigszins uit is. Het blijkt op EU-niveau steeds moeilijker om tot consensus te komen over verdere aanscherping van de sancties. Dat wil overigens niet zeggen dat er in het geheel geen nieuwe sanctiewetgeving uit Brussel kwam. Integendeel.

“Maintenance and alignment”-pakket

Allereerst was er op 21 juli het maintenance and alignment”-pakket. Dit pakket betrof vooral verduidelijkingen, nieuwe uitzonderingen maar nauwelijks tot geen wezenlijke wijzigingen. Op één uitzondering na met, in ieder geval voor de advocatuur en het notariaat, grote gevolgen. In zijn eindrapport van 12 mei pleitte “Nationaal Coördinator Sanctienaleving en Handhaving” Stef Blok ervoor dat de wettelijke geheimhoudingsplicht van sommige beroepsgroepen (advocaten, notarissen etc.) doorbroken moet kunnen worden ten behoeve van meldingen onder de EU-sanctieverordeningen. Kennelijk heeft het Nederlandse Kabinet deze aanbeveling ter harte genomen en ook op Europees niveau de handen op elkaar gekregen voor de bepleitte uitzondering. Het “maintenance and alignment”-pakket voorziet er namelijk in dat de meldplicht op grond van Sanctieverordening 269/2014 voortaan voorgaat op een nationale wettelijke geheimhoudingsplicht. Daarvoor werden dergelijke geheimhoudingsplichten nog gerespecteerd. Met de verandering van slechts één woordje in art. 8 van Sanctieverordening 269/2014 (“onverminderd” werd “niettegenstaande”) werd in één klap (en zonder enige publieke of parlementaire discussie) het verschoningsrecht van bijv. advocaten en notarissen overboord gegooid in het belang van een effectieve handhaving van de sancties. Ook deze beroepsgroepen moeten dus voortaan bij de Nederlandse autoriteiten melden als zij er weet van hebben dat bepaalde goederen door hun gesanctioneerde cliënten “niet zijn behandeld als bevroren”. ‘Als doekje tegen het bloeden’ heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken inmiddels aan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) laten weten dat deze (nieuwe) meldplicht niet geldt voor informatie “waarvan de advocaat uit hoofde van zijn beroepsuitoefening kennis neemt en die noodzakelijk is voor de verdediging of vertegenwoordiging van de gesanctioneerde cliënt in het kader van of in verband met een rechtsgeding, daaronder begrepen informatie die noodzakelijk is voor het bepalen van de rechtspositie of voor het instellen of vermijden van een rechtsgeding.” Daarmee blijven advocaten met een procespraktijk (voorlopig) buiten schot en heeft de wijziging vooral gevolgen voor advocaten die actief zijn in de adviespraktijk. Vergelijkbare guidance vanuit of voor andere beroepsgroepen (denk met name aan het notariaat) hebben wij nog niet gezien.

Achtste sanctiepakket

Naar aanleiding van de annexatie door Rusland van grote delen van Oekraïne heeft de EU op 5 oktober een achtste sanctiepakket uitgevaardigd. Anders dan het “maintenance and alignment”-pakket, behelst dit achtste sanctiepakket wel de nodige nieuwe sanctiemaatregelen. Het gaat dan met name om wijzigingen en aanvullingen van EU Verordening 833/2014 die voorziet in zogenoemde “sectorale sancties”. Dit zijn sancties die zich niet zozeer richten op bepaalde individuen maar op bepaalde sectoren van de Russische economie.

Verordening 833/2014 werd allereerst aangevuld met nieuwe invoerbeperkingen voor onder meer Russische eind- en halffabricaten van staal, machines en toestellen, kunststoffen, voertuigen, textiel, schoeisel, leder, keramiek en bepaalde chemische producten. Bijzonder zijn met name ook de nieuwe invoerbeperkingen ter zake staalproducten. Met ingang van 30 september 2023 wordt namelijk ook verboden de invoer en aankoop van ijzer- en staalproducten die weliswaar zijn gefabriceerd in een derde land maar waarin Russisch staal is verwerkt. Daarmee krijgt Verordening 833/2014 (wederom) een zekere vorm van extraterritoriale werking. Eerder zagen we deze “verwerkings”-regel al bij het verbod op de invoer van Russisch goud (art. 3 sexdecies). Daarnaast waren er de nodige nieuwe uitvoerbeperkingen voor onder andere kolen en technische onderdelen die gebruikt worden in wapens en vliegtuigen. Ook werd in het achtste sanctiepakket de juridische basis gelegd voor het nog in te voeren olieprijsplafond van de G7.

Voor de dienstverlenende sector is met name de aanzienlijke uitbreiding van art. 5 quindecies van Verordening 833/2014 van belang. Op grond van dit artikel zijn bepaalde vormen van dienstverlening aan de Russische regering en in Rusland gevestigde rechtspersonen verboden. Aanvankelijk was dit verbod beperkt tot dienstverlening door accountants, belastingkundigen en PR-bureaus. Daarbij kan overigens worden opgemerkt dat in de verordening verder niet werd omschreven wat precies onder deze “container”-begrippen werd verstaan hetgeen weer de nodige vragen op riep over wat nu precies we en niet verboden was. Deze vragen zijn inmiddels (deels) werden beantwoord door guidance van de Europese Commissie (zie p. 266 e.v.).

Met het achtste sanctiepakket wordt het aantal verboden diensten flink uitgebreid. Voortaan zijn eveneens verboden “architectuur- en ingenieursdiensten, diensten op het gebied van juridisch advies en IT-adviesdiensten”. Wel zo verhelderend is dat de preambule bij de wijzigingsverordening (overweging 19) ditmaal wel omschrijft wat het onder die diverse vormen van verboden dienstverlening verstaat, te weten:

  • “architectuur- en ingenieursdiensten” zijn zowel architectuur- en ingenieursdiensten als geïntegreerde ingenieursdiensten, stedenbouwkundige en landschapsarchituur diensten en ingenieurs gerelateerde wetenschappelijke en technische adviesdiensten. Het verlenen van technische bijstand in verband met naar Rusland uitgevoerde goederen blijft toegestaan, mits de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van dergelijke goederen niet verboden is uit hoofde van deze verordening op het tijdstip waarop die technische bijstand wordt verleend.
  • “IT-adviesdiensten” omvatten adviesdiensten in verband met de installatie van computerapparatuur, met inbegrip van dienstverlening aan de klanten bij de installatie van computerapparatuur (d.w.z. fysieke apparatuur) en computernetwerken, en diensten in verband met de implementatie van software, met inbegrip van alle diensten in verband met adviesdiensten over de ontwikkeling en implementatie van software.
  • “Diensten op het gebied van juridisch advies” omvatten het verstrekken van juridisch advies aan cliënten in niet-contentieuze aangelegenheden, waaronder handelstransacties, die betrekking hebben op de toepassing of interpretatie van het recht; deelname met of namens cliënten aan handelstransacties, onderhandelingen en andere contacten met derden, en voorbereiding, uitvoering en verificatie van juridische documenten. Onder “diensten op het gebied van juridisch advies” wordt niet verstaan vertegenwoordiging, advies, voorbereiding van documenten of verificatie van documenten in het kader van juridische vertegenwoordiging, met name in zaken of procedures voor administratieve instanties, rechtbanken of andere naar behoren opgerichte officiële gerechtshoven, of in arbitrage- of bemiddelingsprocedures.

Voor met name advocaten en andere juridische dienstverleners is het dus oppassen geblazen omdat niet alle vormen van juridische dienstverlening verboden zijn. Cruciaal is of sprake is van – kort gezegd – procesbijstand of zuiver advieswerk zonder een onderliggend (dreigend) geschil. We zagen hierboven al dat een vergelijkbaar onderscheid wordt gemaakt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken als het om de opheffing van de advocatuurlijke geheimhoudingsplicht gaat

Rechtspraak

Ter afsluiting van deze update nog een korte blik op de rechtspraak.

Allereerst was er de lange verwachte uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ EU”) over de toelaatbaarheid van de sancties die zijn ingesteld in verband met de uitzendingen de Russische televisiezender Russia Today (RT). Op 27 juli jl. oordeelde het HvJ EU dat deze sanctionering toelaatbaar is en geen onevenredige inbreuk oplevert op de persvrijheid. RT c.s. hebben beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Overigens zijn bij het HvJ EU nog tientallen andere beroepen aanhangig van (rechts)personen die het niet eens zijn met hun plaatsing op de sanctielijst sinds de Russische inval in de Oekraïne. De eerste uitspraak in deze zaken moet nog gedaan worden door het HvJ EU.

Op nationaal niveau, tot slot, kan niet onvermeld blijven de uitspraak van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 6 september jl. in het (certificaathouders)geschil rondom de Fortenova Group. Centraal in dit kort geding stond de vraag of een EU bevriezingsmaatregel betekent dat ook stem- en vergaderrechten op aandelen(certificaten) bevroren zijn. Onder verwijzing naar onder meer guidance van de Europese Commissie oordeelde de voorzieningenrechter uiteindelijk dat dit niet altijd het geval is. Er moet volgens de voorzieningenrechter onder meer gekeken worden naar het onderwerp dat ter stemming voorligt waarbij ook van belang is of de uitkomst kan zijn dat gelden naar Rusland vloeien die tot financiering van de oorlog kunnen leiden.

Thom Dieben en Jurjan Geertsma adviseren u graag over sanctie-gerelateerde kwesties: neem gerust contact met hen op.

Nieuws & Publicaties